SAMENVATTING

Financieel

Inleiding
De financiële positie speelt een belangrijke rol binnen de te maken integrale afwegingen over de te varen koers op de korte, maar vooral op de strategische en daarmee de (middel)lange termijn. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd bezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgaven van de stad. Het te bereiken maatschappelijk rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke doelstellingen zijn hierbij van belang.

Conclusie financiële positie
De begroting 2023, welke is vastgesteld in november 2022, was een nadere uitwerking van de kadernota 2023-2026, aangevuld met de opdrachten zoals die voortvloeien uit het door u vastgestelde coalitieakkoord 'Samen verder bouwen aan een gezond Venlo'. In het coalitieakkoord heeft u immers heldere inhoudelijke en financiële kaders opgenomen waarbij u reeds geanticipeerd en een heldere koers bepaald hebt gericht op de onzekere tijden met betrekking tot de structurele middelen die vanuit het Rijk komen vanaf 2026. In de (meerjaren)begroting 2023 zijn incidentele middelen gekoppeld aan mogelijkheden en ontwikkelingen om hiermee op termijn tot structurele verbeteringen van onze exploitatie te komen, zoals investeringen in verduurzaming, voor 'ontwikkelend beheer, optimalisering van de samenloop tussen verschillende ingrepen in de openbare ruimte en optimalisatie van het beschikbare vastgoed. Tevens zijn er middelen gekoppeld aan doelstellingen die te relateren zijn aan Specifieke Uitkeringsmiddelen (SPUK-middelen) van het Rijk.  Een begroting die hierdoor flexibel(er) en wendbaarder gemaakt is, zodanig dat we snel kunnen inspelen op cofinancieringsmogelijkheden die zich voordoen.

Het jaar 2023 kenmerkte zich ook in financiële zin nog altijd met majeure externe ontwikkelingen en uitdagingen zoals de oorlog in Oekraïne, grondstofschaarste en forse stijging van de inflatie. Gemeenten zijn hierbij ook gevraagd om extra regelingen uit te voeren waarvoor middelen beschikbaar zijn gesteld zoals de uitvoering van de energietoeslag en de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne.

Hoewel er eind 2023 nog geen structurele afspraken zijn gemaakt voor een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026, is een goede balans gevonden in enerzijds uitvoering geven aan de maatschappelijke uitdagingen en het beschikbaar zijn van incidentele middelen welke door u gereserveerd worden in zogenaamde bestemmingsreserves. Het totaalbedrag aan bestemmingsreserves bedraagt per 31-12-2023 € 108,2 miljoen. U heeft als raad aan deze middelen concrete doelstellingen ic opdrachten gekoppeld waaraan (de komende jaren) uitvoering gegeven wordt. Een bedrag dat voor nu een (tijdelijke) positieve invloed heeft op de financiële kengetallen.

Evenals in 2021 en 2022 zijn er ook in 2023, weliswaar voor een kleiner bedrag, bedragen aan het resultaat vrijgevallen omdat middelen van het Rijk zeer laat ontvangen zijn die wel in 2023 verantwoord moeten worden maar welke in 2024 leiden tot het uitvoeren van de activiteiten. Tevens zijn er bedragen vrijgevallen als gevolg van verslagleggingsregels waaraan concrete verplichtingen ten grondslag liggen en zijn er incidentele middelen vrijgevallen waarbij de werkzaamheden over de jaargrens heen zullen plaatsvinden. Hiertoe zullen bij de behandeling van de jaarrekening verzoeken tot bestemming van het resultaat worden gedaan.

Ondanks de bijzondere ontwikkelingen en crisissen zijn wij in financiële zin voordelig binnen de vastgestelde kaders gebleven en bedraagt het financieel resultaat € 16,2 miljoen na verrekening met de reserves. Bij de FinRap werd een geprognosticeerd resultaat gerapporteerd van € 10,5 miljoen. Het resultaat is, op hoofdlijn, per saldo incidenteel.
Als gevolg van voornoemde ontwikkelingen zijn de financiële indicatoren verder verbeterd. Hierbij wordt opgemerkt dat het voor een (groot) deel betrekking heeft op 'uitgestelde' reserveringen. Met andere woorden bij besteding van de gereserveerde middelen op basis van de door uw raad vastgestelde doelstellingen zullen de bestemmingsreserves verminderen en daardoor impact hebben op de financiële positie op de middellange termijn.

Ontwikkelingen financiële verhoudingen
De langlopende gesprekken tussen het Rijk en de VNG zijn nog altijd niet afgerond. De doorgevoerde 'korting' van het Rijk op het gemeentefonds van € 3 miljard is nog altijd van toepassing. Daarnaast heeft het Rijk, éénzijdig en ondanks het controversieel verklaren van het voorstel de nieuwe financieringssystematiek op basis van Bruto Binnenlands Product doorgevoerd. De nieuwe financieringssystematiek is ontoereikend voor het opvangen van autonome ontwikkelingen van bijvoorbeeld de te verwachten hogere groei van  de zorgkosten door de vergrijzing en infrastructuur (uitbreiding, vernieuwing, renovatie, onderhoud en beheer). De gesprekken met het Rijk verlopen moeizaam. Het demissionaire kabinet heeft in de voorjaarsnota 2024 een aantal maatregelen opgenomen die een relatie hebben met de financiële verhoudingen. Wij zien de maatregelen van het demissionaire kabinet slechts als een reparatie van een beperkt deel van de financiële problematiek bij gemeenten. Op basis van de maatregelen vervolgt de VNG de inzet richting de formatietafel om alsnog te komen tot een goede balans tussen taken en middelen. Dit betekent dat de ontwikkeling van het (meerjaren)begrotingsperspectief diffuus blijft.

Beoordeling financiële positie
De beoordeling van de financiële positie, waarop de conclusie gebaseerd is, vindt plaats op basis van de door u vastgestelde strategische en tactische doelstellingen. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

De tactische doelstellingen zijn elk voorzien van één of meerdere kengetallen. Deze kengetallen- inclusief een analyse en beoordeling- worden uitgebreid toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (kengetallen financiële positie) en in de paragraaf financiering. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies weergegeven.

Financieel resultaat
De doelstelling is een structureel sluitende begroting. De jaarrekening 2023 sluit met een positief resultaat van € 16,2 miljoen na verrekeningen met de reserves. Het saldo van baten en lasten voor verrekening met de reserves bedraagt € 30,3 miljoen positief. Dit betekent dat er een bedrag van per saldo € 14,1 miljoen is toegevoegd aan de (bestemmings)reserves (het saldo van onttrekkingen aan reserves € 26,0 miljoen en toevoegingen aan de reserves € 40,1 miljoen. In het overzicht van baten en lasten worden de verschillen ten opzichte van de bijgestelde begroting op programmaniveau inclusief de algemene middelen verder toegelicht.

Het rekeningsresultaat ad € 16,2 miljoen is € 5,7 miljoen positiever ten opzichte van de bijgestelde begroting in de FinRap ad € 10,5 miljoen. De grootste verschillen zijn, per saldo:

Vrijgevallen bedragen van niet (geheel) gerealiseerde opdrachten,
verslagleggingsregels en ontvangen bedragen decembercirculaire

€ 3,7 miljoen

V

Vrijval ESF subsidie van gemaakte kosten voorgaande jaren

€ 1,9 miljoen

V

Jeugd (o.a. afrekening verdeelsleutel)

€ 1,7 miljoen

V

'Aanwending' voorziening egalisatie afval

€ 1,2 miljoen

V

Overheadkosten (o.a. energie)

€ 2,5 miljoen

N

Afboeking activa op basis van verslaggevingsregels (bewegings)onderwijs

€ 1,5 miljoen

N

Voldoende weerstandscapaciteit
De doelstelling is het beschikbaar hebben van voldoende middelen (weerstandscapaciteit) voor het opvangen van geïdentificeerde risico's, waarbij de risicobereidheid is: "Venlo wil geen risicomijdende gemeente zijn".

De ratio weerstandsvermogen bedraagt, op basis van de direct beschikbare middelen 2,10. Dit is een lichte verbetering met de verwachting ten opzichte van de (gewijzigde) begroting 2023 (2,06). Deze verbetering wordt veroorzaakt door een daling van het gekwantificeerde risicoprofiel (benodigde weerstandscapaciteit). De ratio bevindt zich hierbij licht boven de door u vastgestelde streefwaarde van tussen de 1,4 en 2,0. Hierbij wordt opgemerkt dat niet gekwantificeerde risico's zoals de mogelijke consequenties en gevolgen van de  energietransitie en klimaatadaptatie niet in het risicoprofiel zijn opgenomen. Op basis van de jaarrekening voldoen wij aan de vastgestelde doelstelling.

De solvabiliteitsratio bedraagt 35% en is 4% hoger dan de primaire begroting (31%) en gelijk aan de (gewijzigde) begroting (35%). Het eigen vermogen is circa € 40,0 miljoen hoger dan de begroting na wijziging. Het gerealiseerde jaarrekeningresultaat ad € 16,2 miljoen zorgt voor een stijging van 3%, de hogere reserves voor een stijging van 4%. Mede door het hoger eigen vermogen en de flinke toename van vooruit ontvangen bedragen is het balanstotaal € 112,0 miljoen hoger dan de begroting na wijziging. Dit heeft een verlagend effect van 7% op de solvabiliteit. Per saldo heffen de effecten elkaar op.

Opgemerkt wordt dat een belangrijk deel van het eigen vermogen, zijnde € 108,2 miljoen bestemmingsreserves, gekoppeld is aan de door uw raad vastgestelde doelstellingen i.c. realisatie van de maatschappelijke opgave. Realisatie van deze doelstellingen i.c. deze maatschappelijke opgaven zal daarmee een negatief effect krijgen op de omvang van de solvabiliteitsratio.

Wendbare begroting
Bij deze doelstelling gaat het om de bepaling of de begroting voldoende wendbaar is om tijdig te kunnen anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Het kapitaallastenplafond is in 2023 structureel niet overschreden.

De structurele exploitatieruimte is voor 2023 positief en bedraagt 9% en is daarmee positiever ten opzichte van de primitieve begroting (2,5%) en licht lager ten opzichte van de (gewijzigde) begroting (10,0%). De ratio ligt daarmee substantieel boven de door uw raad vastgestelde streefwaarde van  groter dan 0. Dit betekent dat op basis van deze jaarrekening onze structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Hierbij wordt opgemerkt dat het gaat om de structurele exploitatieruimte zoals gedefinieerd in het Besluit Begroting en Verantwoording. Indien we de rekening afzetten ten opzichte van de begroting 2024-2027 dan blijkt uit de interne analyse dat de verwachting is, dat per saldo, het structureel effect nihil is. Dit geeft aan het bijzondere en incidentele karakter van het rekeningresultaat 2023.

Acceptabele schuld
De doelstelling is dat de schuldpositie van de gemeente Venlo zich op een acceptabel niveau bevindt waarbij de door de gemeenteraad vastgestelde streefwaarden van de netto schuldquotes < 90% bedraagt. De schuldquotes (26% en 19%) bevinden zich in 2023 hiermee ruim binnen de door u vastgestelde streefwaarden en zijn substantieel lager dan op basis van de primitieve begroting (respectievelijk 48% en 41%) en lager dan op basis van de (gewijzigde) begroting verwacht werd (respectievelijk 33% en 27%). Positieve effecten op de netto schuld zijn voornamelijk het jaarrekeningresultaat van € 16,2 miljoen en per saldo € 26,0 miljoen minder onttrekkingen aan reserves en voorzieningen. Daartegenover staan € 5,4 miljoen van met name investeringssubsidies die niet in 2023 zijn verantwoord op betreffende investering en nog staan verantwoord onder vooruitontvangen bedragen.

Deze pagina is gebouwd op 05/08/2024 08:41:33 met de export van 05/08/2024 08:26:04